Interview inwoner Engboogerd

Meinte Blaas

Meinte bij zijn afgekoppelde regenpijp
Meinte bij zijn afgekoppelde regenpijp. Het regenwater wordt eerst opgevangen op het sedumdak van de garage dat vervolgens weer afwatert op een regenton.

“We moeten het samen tot een succes maken”

De herinrichting van de Engboogerdbuurt in Bunnik ligt tijdelijk stil omdat er asbest is aangetroffen in het oude riool. Een goed moment om stil te staan bij het proces tot nu toe. Want niet alles is goed gedaan. De gemeente interviewt Meinte Blaas, bewoner van de Engboogerdbuurt. Meinte was vanaf het begin actief betrokken en houdt zich in zijn werk bezig met klimaatadaptatie op landelijk niveau. Meinte: ‘Na de start van de uitvoering zijn de gemeente en bewoners elkaar een beetje kwijtgeraakt. Het is nu belangrijk om elkaar weer terug te vinden en een doorstart te maken.’

Kansen pakken en samenwerken

De bal ging rollen in 2018, toen het riool aan vervanging toe bleek. Bewoners wilden al langer graag verandering in hoe de straten waren ingericht. Meinte: ‘Op landelijk niveau werd in dat jaar bovendien door alle overheden, waaronder waterschappen en gemeenten, besloten om woonwijken klimaatbestendiger te maken. Steeds extremere hitte en regen zorgen voor steeds meer gezondheidsklachten en wateroverlast als we niets doen aan onze woonomgeving. Wanneer de schop toch in de grond moet voor nieuwe riolering, biedt dat een kans voor vergroening en slimmere inrichting. Zo kan regenwater beter worden opgevangen en vastgehouden en de wijk koeler gemaakt worden door schaduw en verdamping. Bovendien is meer groen van groot belang voor insecten, vogels, egels en uiteindelijk mensen, die er ook gezonder en gelukkiger door worden. De toenmalige wethouder was ook enthousiast en bestempelde het project als pilot. Het initiatief kwam van de bewoners, maar gemeente en bewoners wisten allebei dat klimaatbestendigheid en vergroening niet alleen bij de gemeente of de bewoners liggen, maar dat het èn-èn is. De investeringen en veranderingen renderen pas echt als gemeente èn bewoners zowel in de straat als in de eigen tuin samen aan de slag gaan. De tuinen en straten van de wijk vormen samen één gekoppeld systeem en iedereen heeft een deel van de sleutel in handen. Toen gaf het waterschap ook nog eens aan mee te willen betalen. Er was groen licht.’

Hoge verwachtingen

De volgende vraag was: hoe geef je die samenwerking vorm? Meinte: ‘Vanuit het bestuur van Wijkvereniging Engboogerd werd contact gelegd met Martine Sluijs van PIP-partners, een bureau dat adviseert bij buurtparticipatie. Via via raakten ook andere bedrijven uit Bunnik en omgeving betrokken bij de plannen, zoals Lievense CSO, BAM en DonkerGroen. Uiteindelijk heeft de gemeente besloten om de kennis en kunde van de bewoners en bedrijven te benutten en PIP partners gevraagd om het proces te begeleiden. Tijdens werksessies spraken bewoners, gemeente en andere belanghebbenden over de ambities. Wat willen we? Waarom willen we dat? Wat zijn de waarden die eronder liggen? Kunnen we het eens worden? Want iedereen wil iets anders en uiteindelijk moet er één plan uitkomen. In maart 2019 kwamen daar ontwerpprincipes uit: bereikbaarheid, veiligheid, speelruimte, identiteit en historie (denk aan de beeldbepalende muurtjes rond de tuinen), meer bomen en groen, klimaatbestendigheid en geen problemen afwentelen op anderen. Er kwamen schetsen en visualisaties waarmee bewoners in verschillende sessies met elkaar (soms pittig) in discussie zijn gegaan. Het resultaat was een voor alle deelnemers acceptabel compromis: meer groen, maar ook nog genoeg parkeerplaatsen, meer ruimte voor voetgangers, maar niet overal eenrichtingsverkeer, etc. De uitkomsten zijn uiteindelijk gedeeld met de gemeenteraad. Die was naast de inhoud ook erg geïnteresseerd in onze ervaringen met het proces. Bewoners waren er klaar voor en de verwachtingen torenhoog.’

Zorgen bij de uitvoering

Voor bewoners is het toen een tijdje stil geweest. Meinte: ‘Dat was op zich niet erg. De voorbereiding was in volle gang. Maar toen de aannemer op straat begon, zagen we de eerste haarscheurtjes in de uitvoering. Stenen hadden een andere kleur dan afgesproken, de aanleg van een plantsoen bij de kringloopwinkel bleek niet te kunnen. Dan vraag ik me als bewoner af: compenseren we dat ergens anders zodat we wel dat hogere doel blijven nastreven? Dat soort communicatie ontbrak. Later werd het zorgelijker. Bomen zijn zo vroeg gerooid dat we nu al twee seizoenen zonder bomen zitten. We kregen het beeld dat regenwater van de woningen niet volgens de bedoeling van het vuilwaterriool werd afgekoppeld. De planning en fasering van de aannemer was compleet onduidelijk. Het bleef ook stil rond maatregelen die bewoners zelf kunnen en verwacht werden te nemen, bijvoorbeeld het vergroenen van de tuin of zelf afkoppelen van de regenpijp, meer water opvangen in een regenton, waterdoorlatende bestrating of de aanleg van een wadi. Het grote plaatje, de ambitie waarmee we gestart waren, verdween uit het zicht. Bewoners en de gemeente zijn elkaar hier kwijtgeraakt.’

Verbinding maken

Hoe kan de gemeente bewoners weer meekrijgen? Meinte: ‘Eerlijk en open zijn. Realistisch zijn over de ambitie en de kracht van bewoners benutten. De nieuwsbrief, de Engbode, is vanaf eind 2020 al uitgebreid en van toon veranderd, dat is goed. Met dit interview laat je als gemeente ook al zien dat je er serieus werk van wilt maken. Maar het gaat verder. Je moet helder maken wat je verwacht van bewoners en hoe je dat samen gaat aanpakken. Bereikbaar zijn, jezelf laten zien in de wijk en tijdens bijeenkomsten. Zet bijvoorbeeld in de wijk een informatiebord neer over het project. Zorg voor een duidelijk aanspreekpunt in de wijk, iemand die bevoegd is om knopen door te hakken. Dan krijg je weer vertrouwen. Dan maak je weer verbinding met bewoners die je kwijt bent geraakt of die nieuw zijn. Het is ook belangrijk om elkaar vragen te blijven stellen en naar elkaars antwoorden te luisteren. Inmiddels hebben bewoners ook wel positieve ervaringen met klimaatbestendiger maken van hun tuinen en afkoppelen van hun regenpijp. Benadruk dus ook waar dingen goed gegaan zijn. Je kunt elkaar helpen. Het is tot slot ook goed om te beseffen dat we weer vier jaar verder zijn sinds de start van het project. Mensen voelen steeds meer het belang van klimaatadaptatie, kijk naar de gevolgen van extreme regen in Limburg afgelopen zomer en de hete, droge zomers van de jaren ervoor. Gemeente en bewoners moeten samen weer teruggaan naar de bedoeling en van daaruit de positieve energie terugvinden. Juist omdat dit project een pilot is en dus ook als voorbeeld kan dienen voor toekomstige projecten, is het belangrijk om door te pakken en het samen tot een succes te maken.’