Samen naar een aardgasvrij gemeente Bunnik

Alle inwoners en eigenaren van gebouwen krijgen op een dag te maken met de overstap van aardgas naar een duurzame vorm van verwarmen en koken. De gemeente Bunnik werkt aan een visie op de overstap naar aardgasvrij.

Er is nog veel te leren over welke route we met elkaar bewandelen op weg naar duurzaam wonen en werken zonder aardgas. Wilt u weten wat de gemeente tot nu toe gedaan heeft om tot een visie te komen? U leest hier meer over in het document 'Transitievisie Warmte van Bunnik'.

Benieuwd hoe andere inwoners op weg zijn naar aardgasvrij?

In de videoreeks 'Bunnik, Odijk en Werkhoven op weg naar aardgasvrij' delen inwoners uit de gemeente hun verhaal. Bekijk de video's door op een afbeelding hieronder te klikken:

Aardgas is een brandstof die uit de grond wordt gehaald. Bij verbranding van aardgas komt CO₂ (kooldioxide) vrij. CO₂ is een broeikasgas en draagt bij aan de temperatuurstijging op aarde.

Er zijn afspraken gemaakt om de temperatuurstijging op aarde te verminderen en klimaatverandering tegen te gaan. Bijna alle Nederlanders gebruiken aardgas voor verwarming, warm water en om te koken. Dat zorgt voor een flinke CO₂-uitstoot. Daarom gaan we stoppen met aardgas.

De overgang naar andere warmtebronnen gaat stap voor stap. In 2030 wil Nederland 2 miljoen aardgasloze woningen hebben of woningen die er klaar voor zijn om van het aardgas af te kunnen.  

In andere landen zoals Duitsland is de startsituatie anders. Terwijl in Nederland 95 procent van de woningen een aardgasaansluiting heeft, wordt in Duitsland een kwart van de huizen nog verwarmd met een olieketel.

Als je kijkt naar de uitstoot van CO₂ per eenheid opgewekte energie, klopt het dat de uitstoot van kolen en aardolie hoger en meer vervuilend is dan die van aardgas. Maar als wij de klimaatdoelstellingen willen halen, moeten we stoppen met het gebruik van alle fossiele brandstoffen dus ook aardgas.

Groen gas is vooral nodig als grondstof in de industrie en voor vliegtuigen. De verwachting is dat maar weinig groen gas overblijft om woningen mee te verwarmen. En er is niet zo veel van.

Waterstofgas kan een vorm van groen gas zijn als het gemaakt is met behulp van groene stroom. Er komt wel steeds meer waterstof, maar dit is vooral nodig voor de industrie en transport. Ook gaat er veel groene energie verloren bij de omzetting van stroom naar waterstof.

Een huis kan ook verwarmd worden met elektriciteit. Bijvoorbeeld met een warmtepomp. Er zijn gebieden waar het mogelijk is om met een warmtenet te werken. Je sluit je huis aan op een netwerk van leidingen onder de grond, waar warm water door stroomt. Dit water wordt gebruikt voor de verwarming en de levering van warm tapwater. Soms warm je het water eerst nog verder op in de woning.

Op plekken waar warmtenetten en elektrische oplossingen niet mogelijk zijn, kan hernieuwbaar gas een rol gaan spelen. Dit is een duurzaam alternatief voor aardgas, maar is beperkt beschikbaar zoals in een eerdere vraag beschreven.

Uw woning gaan verduurzamen, en al stoppen met het gebruik van aardgas, is op dit moment nog geheel vrijwillig. Dit betekent dat de gemeente op dit moment het aardgas nog niet kan afsluiten.

De landelijke wetgeving verandert de komende jaren. Over een aantal jaren kan de gemeenteraad een besluit nemen om een wijk van het gas af te sluiten als er sprake is van een goed alternatief. Dat besluit wordt zorgvuldig genomen, ruim voordat het gas daadwerkelijk wordt afgesloten in de wijk.

Via het wijkuitvoeringsplan kunt u meedenken over welke alternatieve warmtebron passend is. Als er een gezamenlijke oplossing komt zoals een warmtenet, dan is het voor iedereen het goedkoopst als zoveel mogelijk mensen meedoen. Maar u bent niet verplicht om te kiezen voor de gezamenlijke oplossing.
 

Kosten

De overstap naar een aardgasvrije manier van verwarmen is op dit moment nog kostbaar voor woningen waar nog veel aan veranderd moet worden (bijvoorbeeld voor isolatie, lage temperatuur systemen).

De rijksoverheid heeft als doel gesteld dat de maandelijkse lasten van een woning gelijk blijven of lager worden. Het gaat dan om energiekosten (elektriciteit, warmte, duurzaam gas) en hypotheeklast of huur. Dit doet de rijksoverheid de komende jaren bijvoorbeeld door subsidies te geven voor nieuwe technieken. Nog niet alles is op orde, dat kost tijd.