Zon op land

Categorieën

  • Bunnik
  • Odijk
  • Werkhoven

De gemeente Bunnik wil in 2040 klimaatneutraal zijn. Dat betekent dat we binnen onze gemeente voldoende duurzame energie moeten opwekken om het eigen energieverbruik te compenseren. Zonne-energie is daarbij een belangrijke bron. Omdat de ruimte in Bunnik beperkt is en er veel belangen samenkomen, is het belangrijk om duidelijke keuzes te maken.

In het Omgevingsprogramma Zon-op-Land legt de gemeente vast hoe zij omgaat met zonnevelden: waar ze mogelijk zijn, welke voorwaarden gelden en hoe belangen zoals landschap, natuur, landbouw en leefbaarheid zorgvuldig worden afgewogen.

Ter inzage: zon-op-land en lokaal eigendom

De gemeente Bunnik legt het ontwerp-omgevingsprogramma zon-op-land en de verordening lokaal eigendom ter inzage. Deze gaan over zonnevelden en lokaal eigenaarschap bij grootschalige duurzame energie.De stukken liggen ter inzage van 12 januari tot en met 23 februari. Reageren kan per e-mail via duurzaam@bunnik.nl(Verwijst naar een e-mailadres) of per post o.v.v. zienswijze. 

Het omgevingsprogramma is een instrument uit de Omgevingswet. Met dit programma werkt de gemeente de ambities uit de Omgevingsvisie en het programma Bunnik Klimaatneutraal 2040 concreet uit.

Het programma biedt een duidelijk kader voor initiatiefnemers, omwonenden en de gemeenteraad. Het maakt inzichtelijk wat wel en niet mogelijk is en vormt de basis voor het verlenen van vergunningen voor zonnevelden die (nog) niet passen binnen het omgevingsplan.

Bunnik is een gemeente waar de ruimte schaars is. Er zijn opgaven op het gebied van woningbouw, natuur, landbouw, recreatie en mobiliteit. Ook duurzame energie vraagt ruimte. Het omgevingsprogramma beschrijft hoe de gemeente deze belangen tegen elkaar afweegt.

Bij de beoordeling van zonnevelden wordt gekeken naar onder andere:

  • de landschappelijke inpassing;
  • natuur, biodiversiteit en bodemkwaliteit;
  • cultuurhistorische waarden, zoals de Hollandse Waterlinies en de Neder-Germaanse Limes;
  • de mogelijkheden en beperkingen van het elektriciteitsnet (netcongestie).

In het omgevingsprogramma is een uitgebreid afwegingskader opgenomen voor nieuwe zonnevelden. De gemeente volgt de landelijke voorkeursvolgorde voor zonne-energie. Dat betekent:

  1. eerst zonnepanelen op daken en gevels;
  2. daarna gronden binnen het bebouwde gebied;
  3. vervolgens (rest)gronden in het buitengebied;
  4. en pas als laatste landbouw- en natuurgronden, en alleen onder strikte voorwaarden.

Zonnevelden moeten goed passen in het landschap, tijdelijk zijn (maximaal 30 jaar) en waar mogelijk meerdere functies combineren, zoals landbouw, natuur of waterberging. Ook wordt gekeken naar slimme oplossingen, zoals directe levering van stroom of opslag, om het elektriciteitsnet zo min mogelijk te belasten.

Goede participatie is een belangrijk onderdeel van het omgevingsprogramma. Initiatiefnemers zijn verplicht om omwonenden en andere belanghebbenden vroegtijdig te betrekken bij hun plannen. Zo kunnen zorgen, ideeën en aandachtspunten worden meegenomen voordat besluiten worden genomen.

Daarnaast streeft de gemeente naar minimaal 50% lokaal eigendom bij grootschalige zonnevelden. Dit betekent dat inwoners en lokale partijen, zoals energiecoöperaties, kunnen meedoen en meeprofiteren van de opbrengsten.

Het omgevingsprogramma beschrijft ook hoe de uitvoering verloopt. Van een eerste idee tot een vergunning doorloopt een initiatief een zorgvuldig proces. De gemeenteraad wordt hierbij actief betrokken en heeft een bindend adviesrecht bij vergunningen voor zonnevelden.

De gemeente begeleidt initiatieven stap voor stap en evalueert regelmatig of het beleid goed werkt en aansluit bij nieuwe ontwikkelingen.

Stand van zaken

De eerste stappen richting klimaatneutraliteit zijn al gezet. In Bunnik zijn twee zonnevelden gerealiseerd en een derde zonneveld is momenteel in aanbouw, met een verwachte oplevering in 2026. Daarnaast wordt er binnen de gemeente energie opgewekt met zonnepanelen op daken van woningen en bedrijven.

Samen leveren deze projecten een belangrijke bijdrage, maar zij zijn nog niet voldoende om de doelstellingen voor 2030 en 2040 te halen. Daarom is aanvullend beleid nodig om nieuwe initiatieven voor zonne-energie zorgvuldig te kunnen beoordelen.

Documenten