Bunnik en het sociaal domein

logo Sociaal Domein Bunnik

Vanaf 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor bijna alle ondersteuning aan mensen die het alleen niet redden op het gebied van jeugd, werk en zorg. De overheveling van taken van de Rijksoverheid naar gemeenten worden ook wel de decentralisaties in het sociaal domein genoemd.

Deze overheveling gaat gepaard met aanzienlijke kortingen op de gemeentelijke budgetten. Als gemeente hebben we de taak met minder middelen de hulp beter te organiseren. Dit kunnen we onder andere bereiken door slim in te kopen en goede afspraken te maken met uitvoeringsorganisaties en zorgaanbieders.

Deze animatie geeft een goed beeld van de toekomstige veranderingen: https://www.youtube.com/watch?v=jet4Wp7HVNw#t=23

Maatwerk en burgerkracht

De transitie sociaal domein vraagt om een lokale aanpak met een visie. De gemeente Bunnik heeft in 2013 de visienota ‘Sociaal Domein Bunnik’ geschreven. De gemeente Bunnik wil maatwerk bieden, afgestemd op de lokale situatie en uitgaande van de mogelijkheden en de behoeften van individuele inwoners. Daardoor kunnen er makkelijker verbindingen gelegd worden. Het doel daarvan is een nieuw, eenvoudiger, efficiënter en goedkoper stelsel van zorg.

Bij dit nieuwe stelsel van zorg is een beweging zichtbaar naar meer eigen verantwoordelijkheid en 'eigen kracht'. Het sociale netwerk zal een grotere rol spelen en de rol van gemeente en professionele organisaties wordt kleiner. Zorg wordt in de nieuwe situatie gezien als een vangnet.

De gemeente Bunnik bereidt zich voor op de drie transities in het sociaal domein:

1. Domein Jeugd - Jeugdhulp

De gemeente is per 1 januari 2015 verantwoordelijk voor alle jeugdhulp. De gemeente is al diverse jaren verantwoordelijk voor preventief jeugdbeleid zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin en de jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau en schoolarts). Vanaf 2015 wordt de gemeente ook verantwoordelijk voor zwaardere vormen van jeugdhulp, zoals geestelijke gezondheidszorg voor jeugd, hulp voor jeugd met een (verstandelijke) beperking en crisisopvang. Met de nieuwe Jeugdwet wil het kabinet bereiken dat kinderen gezond en veilig opgroeien, hun talenten ontwikkelen en naar vermogen meedoen. In eerste instantie zijn ouders hiervoor verantwoordelijk. Zij delen die taak met medeopvoeders zoals leerkrachten, peuterspeelzaalleidsters en groepsleiders in de buitenschoolse opvang. De overheid komt in beeld als dit niet vanzelf gaat. Dan moet jeugdhulp snel goede oplossingen op maat bieden. Daarnaast treedt op 1 augustus 2014 de wet op het Passend Onderwijs in werking. Elk kind heeft recht op goed onderwijs. Ook kinderen die extra ondersteuning nodig hebben kunnen naar een gewone school in de buurt. Kinderen die het echt nodig hebben kunnen, net als nu, naar het speciaal onderwijs. Scholen krijgen een zorgplicht. Dat betekent dat scholen elk kind een passende onderwijsplek moeten bieden.  

Schematische weergave nieuwe Jeugdwet (infographic)

2. Domein Werk - Participatiewet

De participatiewet, die per 1 januari 2015 in werking treedt, gaat over economische zelfredzaamheid. Mensen die nu nog gesubsidieerde arbeid verrichten of met een uitkering thuiszitten, moeten zo veel mogelijk aan het werk in reguliere banen. Zorg, welzijn en sociale zekerheid worden gekoppeld met als doel dat zoveel mogelijk mensen kunnen meedoen in de samenleving. De participatiewet vervangt de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet investeren in jongeren (Wij), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de Wet arbeidsongeschiktheid voor jonggehandicapten (Wajong). De gemeente voorziet in integrale toegang tot ondersteuning van de mensen die onder deze wet vallen zodat iedereen mee kan doen.

3. Domein Zorg - AWBZ/ Wmo

Met de decentralisatie van de AWBZ/ Wmo wordt de gemeente verantwoordelijk voor de functie ‘Begeleiding’ die op dit moment via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) geregeld wordt. Deze functie is gericht op het bevorderen, het behoud of het compenseren van zelfredzaamheid van de burger en zal vanaf 1 januari 2015 worden overgeheveld naar de gemeente en gaan vallen onder de Wet maatschappelijke ondersteuning ( Wmo ). De gemeente zal deze nieuwe functie niet een op een van het Rijk overnemen. Gemeenten krijgen grote beleidsvrijheid bij de invulling van deze nieuwe taken. Een aantal landelijke kaders zal wel worden vastgelegd in de nieuwe ‘ Wmo 2015’.

Schematische weergave Hervorming langdurige zorg (infographic)

In de nieuwe situatie is geen sprake meer van een recht van cliënten op een bepaalde zorgvoorziening, maar een taak van de gemeente om ondersteuning te bieden aan mensen met problemen. De drempel om hulp of ondersteuning te krijgen van de overheid wordt hoger. Het beroep op eigen kracht – in de situatie van mensen met een beperking betreft het vooral de kracht van het netwerk – neemt toe. Uitgangspunt is dat iedereen zo lang mogelijk zelfstandig kan leven/wonen.

Schematische weergave Ondersteuning Wmo zorg (infographic)

Bunnik.nl maakt gebruik van cookies. Meer informatie Sluiten