Financiën ook in Bunnik onder druk

Datum: 6 juni 2019

De jaarrekening over 2018, de optelsom van alle inkomsten en uitgaven van de gemeente Bunnik, sluit af met een positief saldo van 601.400 euro. Ondanks dit positieve resultaat over 2018, staan de financiën van de gemeente de komende jaren onder druk. Dat beeld komt uit de kadernota 2020-2023, die het college van burgemeester en wethouders op 6 juni heeft aangeboden aan de gemeenteraad. In 2020 wordt een tekort op de begroting verwacht van € 712.000. Voor 2021 een tekort van € 279.000 dat oploopt  tot € 348.000 in 2023. 

Ook in Bunnik staan de financiën onder druk door de stijging van de kosten in het sociaal domein. Dat geldt grotendeels voor de kosten van Jeugdzorg en Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Bijna alle gemeenten hebben te maken met deze kostenstijging. Richting de Rijksoverheid wordt dan ook regelmatig aangegeven dat de vergoeding van het rijk niet in verhouding staat tot de kosten van die zorg.  

De situatie in Bunnik is niet zo nijpend als in veel andere gemeenten, waar bezuinigingsmaatregelen zijn aangekondigd. In die gemeenten wordt dan niet alleen bezuinigd op het sociaal domein, maar ook op andere taken van de gemeente. Dat is in Bunnik op dit moment niet aan de orde. Wethouder Financiën Erika Spil: “We hebben ons ‘huishouden’ in Bunnik altijd sober en doelmatig kunnen organiseren. Onze inwoners lossen zelf veel dingen op en weten dat we ons geen gekke dingen kunnen veroorloven.”

Bij de financiële vooruitzichten voor de komende jaren is nog geen rekening gehouden met de verandering in hoogte van de rijksbijdrage (het bedrag Bunnik van het Rijk ontvangt). Daarvan is Bunnik, net als andere gemeenten, voor een belangrijk deel van haar inkomsten (circa 50 %) afhankelijk. De hoogte van de rijksbijdrage is ieder jaar een onzekere factor. Het Rijk heeft daar eind mei informatie over gedeeld. Wat dit precies betekent voor Bunnik wordt momenteel nog doorgerekend en is nog niet meegenomen in de Kadernota. 

Erika Spil: “We verwachten dat de rijksbijdrage dit jaar lager is en een negatief effect op de begroting van dit najaar heeft.” De gemeente gebruikt de zomerperiode om financiële dekking te vinden voor de verwachte nadelige resultaten in de komende jaren. Het doel is om dit najaar een meerjarenbegroting aan de raad voor te leggen waarin de structurele inkomsten en uitgaven van de gemeente in evenwicht zijn.