
Situatie in 2021
Vandaag de dag is de situatie nog verder ontwikkeld door de bouw van de wijk Rijneiland, aan de zuidzijde van
de Singel. Toch is er geen wezenlijk verschil in ontwikkelingsmogelijkheden meer voor de oude arm van de
Kromme Rijn zelf. De grootste belemmering voor een ontwikkeling naar een weer bevaarbare rivierarm met de
uitstraling van een rivier zijn vooral de drie bruggen die begin jaren zeventig van de vorige eeuw zijn aangelegd.
Voor het grootste deel kent de oude rivierarm ook in haar huidige staat een vrije loop en kent op de meeste
stukken een brede, groene oeverstrook en parkachtige zones met een wandelpad.
In de onderstaande beschrijving wordt de oude arm beschreven in vier delen met de stroom van de oude
rivierarm mee in een zuidwestelijk, westelijk-midden, oostelijk-midden en oostelijk deel.
Het zuid-westelijk deel van de arm kent aan de rechteroever die brede parkachtige strook. Aan de linkeroever
van het eerste, zuidelijk deel grenst de rivierarm aan agrarisch grasland, deels van de monumentale, 16de
eeuwse Hofstede De Beug, dat een NSW-landgoed is en een insteekhaventje kent. In de uiterste westhoek
bevindt zich aan de linkeroever nog een interessant landschapselement: een oude nevengeul met een meer
natuurlijk uiterlijk met bomen en struweel. Het laatste stuk, tot aan de Singel kent aan de linkeroever de diepe
achtertuinen van de woningen aan dat deel van de Zeisterweg. De bewoners gebruiken dit deel van de arm al
als bevaarbaar stukje, aangezien er aanlegsteigers en boten zijn.
Het westelijk middendeel, tussen de kruisingen met Singel en Oude Haven is relatief het meest ingeklemde
deel van de oude arm. Aan weerszijden bevinden zich vooral huizen met hun achtertuinen of de nu te bouwen
huizen van het nieuwe wijkje Oude Haven op het voormalig terrein van het recent gesloopte voormalige
kantoor van waterbouwbedrijf van Oord en later Bouw- en Houtbond CNV. Twee percelen zijn echter
bijzonder: die van het Witte Kerkje en van de oude boerderij De Hoeve. Het monumentale Witte Kerkje, dat net
200 jaar bestaat heeft een groot terrein, grenzend aan de oude arm van de Kromme Rijn. Dit terrein is nu voor
een deel de tuin van de pastorie en voor een deel de begraafplaats. Interessant is dat als men via de
begraafplaats naar achteren loopt je een klein terreintje, direct aan het water ziet. Dit terrein lijkt een beetje
op een eilandje aan de oever. De oude boerderij aan Zeisterweg 40 kende volgens de huidige eigenaar vroeger
een loswal aan de Kromme Rijn, waar de Kromme Rijnder trekschuiten aanmeerden. Dat was eveneens dicht
bij de herberg van het dorp, het huidige Wapen van Odijk.
Het oostelijk middendeel grenst aan de noordzijde aan het erf en buitenspeelplaats van het kinderdagverblijf
Kobus en aan de tuin van het woonhuis aan Maria van Boechoutlaan 7. Aan de zuidzijde is een brede,
parkachtige strook met gazon en grote bomen. Door de grote bomen is de loop van de Rijn zelf niet heel
zichtbaar aanwezig, maar is op dit stuk best breed en biedt aan de zuidzijde ook ontwikkelmogelijkheden.
Het oostelijk deel ligt geheel tussen groen. Aan de zuidzijde (rechteroever) het plantsoen met hoge bomen
rond de tennisbanen en aan de noodzijde de parkstrook met wandelpad langs de villawijk De Weerden.
Voordat de oude arm weer in de hoofdloop van de Kromme Rijn stroomt is er een wandelbrug. Deze brug is
echter hoog genoeg en geen belemmering voor het bevaarbaar maken van de oude arm.
De grootste belemmering voor het herstel en bevaarbaar maken van de oude arm van de Kromme Rijn zijn de
drie (lange) duikers, waarvan twee bij de kruisingen met de Singel en één bij de kruising met de Oude Haven.
De duikers zijn niet reëel bevaarbaar. Bij lage waterstand zijn ze in de huidige situatie passeerbaar voor de
moedigen, liggend op een kano, maar dat is het dan ook.
De duikers zijn in eigendom en beheer van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en rond 1970
aangelegd. Een medewerker van de gemeente Bunnik (dhr. Uitenbos) heeft op 17 mei 2021 verklaard dat de
duikers vrijwel zeker bestaan uit betonnen U-profielen, die doormiddel van stalen spankabels aan elkaar zitten
en een strak geheel vormen. De constructie is degelijk en gaat in principe wel 70 jaar mee.