Duurzaam beleid

Duurzaamheid is vanzelfsprekend. We stimuleren duurzame initiatieven, zoals het energiezuinig maken van woningen. Ook bedenken we hoe we de buurten in de toekomst gaan verwarmen. Hoe wekken we duurzame energie op? Welke eisen stellen we aan nieuwbouw? 

De gemeente Bunnik heeft in het collegeprogramma 2018-2022 ‘Bunnik bouwen voor elkaar’ ambitieuze doelstellingen op het gebied van Energie:

· We streven, samen met onze inwoners en (regio)partners, naar zo min mogelijk gebruik van grondstof en zoveel mogelijk hergebruik (circulaire economie)

· Samen met onze inwoners en (regio)partners werken we toe naar een klimaatneutrale gemeente Bunnik in 2040.

· We verbeteren, samen met onze inwoners en (regio)partners, de leefkwaliteit via klimaatadaptieve maatregelen.

Ook gaan we 10% duurzame energie opwekken en 10% energie besparen voor 2022.

Om deze doelstellingen te halen focust de gemeente zich zowel op het bevorderen van duurzame energieproductie (zoals zon- en windenergie) als op het besparen van energie. Ook willen we de bewustwording over ons energieverbruik vergroten.

Zon en wind

Zon en wind houden elkaar in balans. In de lente en de zomer is er veel zon en minder wind, in de herfst en winter is er minder zon maar waait het harder. Overdag is er alleen zon, wind waait ook ’s nachts. Beiden zijn nodig om continue voldoende energie op te wekken.

De stroom productie van één grote windmolen is voldoende voor 5000 huishoudens en is gelijk aan die van circa 40 voetbalvelden vol met zonnevelden. De windmolen is bijna de helft goedkoper dan de zonnevelden. Per geïnvesteerde euro levert een windmolen dus meer stroom op. Omdat de productie van windmolens meer continue is, is de aansluiting op het stroomnet ook goedkoper. Bij combineren met zonneparken wordt de aansluiting nog goedkoper.

Windmolens zijn vaak van verre zichtbaar, maken geluid en werpen schaduw. Ze nemen weinig ruimte in op de grond, zodat het produceren van voedsel grotendeels kan doorgaan. Zonnevelden gaan ten koste van landbouwproductie. Ze kunnen worden ingepast in het landschap door beplanting eromheen aan te brengen en er moet het nodige worden gedaan om de kwaliteit van het bodemleven goed te houden, bijvoorbeeld door voldoende open plekken tussen de rijen creëren. Zonnevelden maken, met uitzondering van het elektriciteitshuisje, geen geluid.

Voor betrouwbare informatie over zonnevelden en windmolens zie de website van Milieucentraal. 

Ambitie Gemeente Bunnik

De ambitie van gemeente Bunnik is om klimaatneutraal te zijn in 2040 en dan evenveel energie duurzaam op te wekken als er aan energie verbruikt wordt. Die ambitie is vastgelegd in het collegeprogramma en sluit aan op de doelen uit het Nationale Klimaatakkoord om onze CO2 met de helft te reduceren in 2030 en met 95% in 2050. De energietransitie is één van de grootste uitdagingen van deze tijd. Hiervoor is een flinke energiebesparing nodig én zonnepanelen op alle geschikte daken. Maar dat is onvoldoende: er zijn ook zonnevelden en windturbines voor nodig.

Om de elektriciteit die we gebruiken duurzaam op te wekken moeten we de mogelijkheden van zon en wind gebruiken, liefst met bewezen technieken. Dat vergt complexe afwegingen, waarbij we regionaal samenwerken en de inwoners en belanghebbenden zoveel mogelijk betrekken.

Regionale Energie Strategie (RES)

In het klimaatakkoord is afgesproken dat er in 2030 in Nederland op land 35 TWh (Terrawatt uur) energie grootschalig moet worden opgewekt, naast de zonnepanelen op alle beschikbare daken. Daarom wordt er in 30 regio’s door de Gemeenten en waterschappen samengewerkt aan Regionale Energie Strategieën (RES), waarin wordt bepaald hoe aan die vraag kan worden voldaan. Gemeente Bunnik heeft zich in 2019 aangesloten bij de RES U16.

De ontwerp-RES uit 2020 kunt u vinden op de website van RES U16:, zie www.energieregioutrecht.nl. De samenwerkende overheden hebben met de ontwerp-RES een concept-bod gedaan van 1,8 TWh duurzame elektriciteit in 2030. Dat is bijvoorbeeld haalbaar door in de regio:

  • 15% van grote (bedrijfs)daken te benutten, samen met
  • 45 grote windmolens en
  • 800 hectare zonnevelden.

In de RES 1.0 wordt dat bod per gemeente geconcretiseerd. De vier Kromme Rijngemeenten Wijk bij Duurstede, Houten, Bunnik en Utrechtse Heuvelrug zijn in september 2020 gestart met het opzetten van een participatieproces. Op de website energie-krommerijn-praatmee.nl is veel informatie te vinden over de onderzoeken naar zon en wind en over de resultaten van de verschillende participatie momenten. Daar is ook het definitieve participatieboek beschikbaar met de resultaten van het participatieproces:

Participatie Deel 1 – randvoorwaarden

  • Online vragenlijst 1 t/m 31 december 2020 (981 deelnemers)
  • Online gesprekken met inwoners op 10 december (47 deelnemers)
  • Online gesprekken met inwoners op 14 december (88 deelnemers)
  • Online gesprekken met stakeholders / belangenorganisaties op 17 december (41 deelnemers)

Participatie Deel 2 – over randvoorwaarden en zoekgebieden

Met de randvoorwaarden als uitgangspunt zijn verschillende gesprekken gevoerd en reacties opgehaald over mogelijk geschikte gebieden.

  • Online gesprekken met stakeholders / belangenorganisaties op 25 januari 2021
  • Online gesprekken met stakeholders / belangenorganisaties op 27 januari 2021
  • Online gesprekken met inwoners op 18 februari 2021 (twee rondes, totaal 166 deelnemers)
  • Online gesprekken met inwoners op 22 februari 2021 (twee rondes, totaal 434 deelnemers)
  • Online vragenlijst februari 2021 (95 deelnemers)
  • Naast deze sessies die we als gemeente hebben georganiseerd, is er door de twee lokale LTO afdelingen in de Kromme Rijnstreek op 4 maart 2021 een bijeenkomst georganiseerd over de RES. Hierbij waren circa 40 agrariërs aanwezig

Op 8 april 2021 vond een informatie thema avond voor de raad plaats over duurzaamheid algemeen en over zon- en windenergie, waarin de resultaten van de participatie werden besproken.

De bijdrage van gemeente Bunnik aan sluit aan op de vastgestelde ambities. Bunnik doet een netto bijdrage van 53 ha zonneveld aan de energieopwekking op land in 2030. In het reeds vastgestelde zonneveldenbeleid is een plafond benoemd van 70 ha in 2030. Daarnaast zetten we verder in op zon op dak. Het aandeel grootschalige zonnepanelen op dak wordt regionaal berekend en opgenomen als onderdeel van de RES 1.0.

Het college heeft kennis genomen van het participatieproces en van de uitkomsten ervan en ook van de motie ‘geen windturbines in de gemeente Bunnik’ in de raadsvergadering van 4 maart 2021. Maar het college is zich eveneens bewust van de lokale energiedoelstellingen 2030 en wil in dat perspectief de mogelijkheden blijven verkennen van duurzame opwek met windmolens, tenzij nieuwe technische oplossingen dat overbodig maken. Voor windenergie moet eerst nader onderzoek worden uitgevoerd naar de gezondheidseffecten en naar de mogelijkheden voor inpassing. Dat onderzoek wordt onderdeel van de uitwerking van RES 1.0.
In regionaal verband zal als eerste worden gekeken worden naar nadere uitwerking van zoekgebieden langs grote infrastructuur. Voor gemeente Bunnik is dat het zoekgebied langs de A12 (gebied D, zie de website).

Het college zal de RES 1.0 rond de zomervakantie 2021 aan de gemeenteraad  aanbieden voor besluitvorming. In oktober zal de Regio U16 het bod RES 1.0 aan het rijk aanbieden. De netto bijdragen uit het bod moeten in 2025 vergund zijn door de betreffende gemeenten.

De gemeente Bunnik heeft een Transitievisie Warmte opgesteld, ook wel Warmtevisie genoemd. De gemeenteraad heeft deze visie op 30 september 2021 vastgesteld. In deze visie staat waarom we op weg gaan naar wonen en werken zonder aardgas, hoe we op aardgas kunnen besparen en wat de duurzame alternatieven zijn voor verwarming van woningen en andere gebouwen. De gemeente heeft bij het opstellen van de Warmtevisie organisaties, inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden betrokken. Alle gemeenten moeten van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een Warmtevisie vaststellen. Dit is afgesproken in het Klimaatakkoord waarin staat dat Nederland in 2050 geheel van het aardgas af moet zijn én klimaatneutraal moet zijn.

Bekijk hier de Transitievisie Warmte van Bunnik of lees een samenvatting.

Uitslag enquêtes aardgasvrij Bunnik

De gemeente Bunnik heeft met een enquête gevraagd hoe de inwoners van Bunnik, Odijk en Werkhoven denken over aardgasvrij wonen. Meer dan 220 inwoners hebben de enquête ingevuld. De resultaten zijn gebruikt bij het opstellen van de Transitievisie Warmte. In februari en maart 2021 stond een tweede vragenlijst open voor inwoners. Deze beschreef welke startkansen de gemeente ziet. De respondenten konden onder andere hun voorkeur aangeven over samenwerken met de buurt om meer aardgas te besparen of individueel in hun huis aan de slag gaan.

Betaalbaar en eigen keuze

De meeste inwoners die de enquête in juni 2020 hebben ingevuld, gaven aan al iets of vrij veel van het onderwerp “aardgasvrij wonen” te weten. Een aardgasvrije oplossing moet vooral betaalbaar zijn. Ruim 80 % noemt dit als één van de belangrijkste voorwaarden. Daarna noemt men de mate van comfort in huis en eigen keuze voor een oplossing. In de enquête van februari 2021 werd dit beeld bevestigd: veel respondenten noemen de kosten en eigen keuze voor een oplossing als belangrijkste voorwaarden.

Alternatief

Sommige mensen zich af of het alternatief wel duurzaam is. Een deel geeft aan dat zij niet op een verbouwing van hun huis te zitten wachten. Dat neemt niet weg dat de inwoners in de gemeente Bunnik niet stil zitten. De meeste inwoners die één of beide enquêtes invulden, hebben al maatregelen genomen om minder aardgas te gebruiken zoals isolatie en elektrisch koken. Ook letten ze op hun gedrag zoals korter douchen en de verwarming lager zetten.

Grote gebouwen eerst aardgasvrij

Naast vragen over de oplossing binnenshuis hebben we ook vragen gesteld over wanneer welke wijk aangepakt wordt. De meeste mensen geven aan dat het hen logisch lijkt om te starten in buurten waar je flinke slagen kunt maken met eigenaren van grote gebouwen. Denk aan woningcorporaties, scholen en verzorgingshuizen. Het lastige is daarbij is dat dergelijke grote eigenaren verspreid over de gehele gemeente zitten.

Andere startkansen die men noemt zijn buurten waar toch al werkzaamheden gepland staan. Zoals het vervangen van riolering of gasnet, nieuwbouw of verbouwingen. Maar ook de buurten waar bewoners zelf initiatief willen nemen.

In de enquête van februari 2021 geeft een meerderheid aan dat ze de aanpak steunen zoals de gemeente die beschreef in de (concept) warmtevisie. Deze aanpak houdt in dat we nu nog geen wijk aanwijzen die als eerste van het aardgas afgaat. Maar dat we wel zoveel mogelijk aardgas gaan besparen doordat zoveel mogelijk woningen een volgende stap maken die past bij hun huis. Om dit te versnellen, wil de gemeente starten in enkele kleinere buurten met gelijksoortige woningen. Daar stellen we samen met de bewoners een Buurt Isolatie Plan op (voor oudere wijken) of een Buurt Installatie Plan (voor al goed geïsoleerde wijken). Met keuze uit concrete maatregelen die passen bij die woningen en een duidelijk kostenplaatje.

Meer respondenten willen samen met buurtbewoners aan de slag, omdat ze denken dat dit goedkoper en makkelijker is. Iets minder respondenten gaan liever individueel aan de slag, bijvoorbeeld omdat ze dat dit meer keuzevrijheid geeft en hun huis extra maatwerk nodig heeft.

Wat nu?

De resultaten zijn omgezet naar 'uitgangspunten' en gebruikt bij het opstellen van de Transitievisie Warmte. Met de resultaten van de februari-2021-enquête is de conceptvisie verder afgerond. De gemeente heeft op 2 februari 2021 een informeel gesprek gehouden over de Transitievisie op basis van een presentatie. Klik op deze link om de video te bekijken van dit 2 uur durende gesprek. De presentatie vindt u hier (pdf, 4 MB)

Veel belanghebbenden

De warmtetransitie gaat over grote aantallen woningen en andere gebouwen met veel eigenaren en belanghebbenden. Het raakt de directe leefomgeving van woning- en gebouweigenaren, bewoners en gebruikers. In ieder gebouw is een investering nodig om energie te gaan besparen en uiteindelijk te wonen zonder aardgas. Waar mogelijk gaan woningen er op vooruit qua comfort en waarde. Landelijk worden er nieuwe vormen van financiering uitgedacht zodat iedere gebouweigenaar mee kan doen. Samen met andere gemeenten in de regio gaat Bunnik in 2022 onderzoeken of een ‘energiedienstenbedrijf’ woningeigenaren kan ontzorgen met een goed verduurzamingsaanbod.

De gemeente werkt niet alleen aan de warmtetransitie

Het opstellen en uitvoeren van de warmtevisie doet de gemeente samen met alle belanghebbenden. Op verschillende momenten hebben professionele organisaties en partijen meegedacht die een belangrijke rol spelen in de uitvoering, zoals de woningcorporaties en Stedin. Daarnaast vindt afstemming plaats met lokale energiecoöperatie, waterschappen, ondernemersverenigingen en lokale organisaties.

Voor veel inwoners is zo'n visie nog wat abstract. Pas als we in de eerste isolatiebuurten of installatiebuurten aan de slag gaan, komen we met veel inwoners in gesprek. Maar, ook al bij het opstellen van de visie, hebben we inwoners kunnen betrekken. De enquêtes in juni 2020 en februari 2021 trokken in totaal ruim 400 respondenten. Aan de inwonersavond op 2 november 2020 namen 65 huishoudens deel. En een denktank van 15 inwoners is tweemaal bij elkaar geweest om in detail de warmtevisie te bespreken. Bij de raadsstukken voor de vaststelling op 30 september 2021 zit ook een uitgebreid participatieverslag om te laten zien hoe de mening van inwoners en diverse betrokken organisaties is meegenomen in de visie.

Het is van belang dat inwoners, bedrijven, andere belanghebbenden en de gemeente samenwerken bij de projecten die volgen uit de warmtevisie. We zijn namelijk afhankelijk van elkaar en kunnen Odijk, Bunnik en Werkhoven alleen samen en stap voor stap aardgasvrij maken.

Voor de warmtevisie is vraag en aanbod van warmte in kaart gebracht

Een adviesbureau heeft het soort woningen, de vraag naar warmte en het aanbod van duurzame warmte in kaart gebracht. Op basis daarvan hebben we wijken in categorieën ingedeeld. In sommige wijken zal de nadruk liggen op isoleren. Nieuwere woningen, en oudere woningen die al goed geïsoleerd zijn, kunnen de stap gaan zetten naar het installeren van duurzame verwarming. Voor ieder type woning is er een logische volgende stap om aardgas te gaan besparen. We gaan beginnen met enkele wijken om ervaring op te doen. Daarbij zijn de kosten belangrijk, financiering en landelijke subsidies. Want als we uiteindelijk naar volledig aardgasvrij willen, dan moeten we ervoor zorgen dat iedereen mee kan doen.

Wij werkten bij het opstellen van de visie samen met onze buurgemeenten Houten, Wijk bij Duurstede en Utrechtse Heuvelrug. Elke gemeente maakte een eigen visie. Wij blijven met elkaar samenwerken om kennis en ervaring te delen.

Heeft u interesse om mee te denken en/of te werken? Stuur een bericht naar duurzaam@bunnik.nl  

Wanneer is mijn wijk aan de beurt?

We kunnen nog niet zeggen welke wijk als eerste stopt met het gebruik van aardgas. De Transitievisie Warmte beschrijft dat we de meeste woningen eerst nog verder moeten isoleren of nieuwe installaties moeten aanleggen voordat ze van het aardgas af kunnen. Ondertussen gaan we meer onderzoek doen naar welke warmteoptie het meest verstandig is per wijk. Zo kijken we of er een laagtemperatuur warmtenet mogelijk is, gebruik makend van de bodem en zomerwarmte uit de Kromme Rijn.

Stel dat er een wijk is, waar de gemeente (samen met inwoners en deskundigen) heeft onderzocht dat aardgasvrij mogelijk is? Er is landelijk afgesproken dat bewoners minimaal acht jaar van tevoren geïnformeerd worden als hun wijk van het aardgas af gaat. Het is dus zeker niet zo dat uw wijk zomaar van de ene op de andere dag stopt met het gebruik van aardgas. De gemeente gaat eerst samen met u de situatie in uw wijk bekijken. We gaan de informatie die de warmtevisie over uw wijk geeft verder uitdiepen. Hoe zitten de woningen precies in elkaar? Welke wensen hebben de inwoners en welke duurzame manieren van verwarming is er om uit te kiezen? De keuzes leggen we vast in het Wijk Uitvoerings Plan. Met een planning wanneer we in die wijk stoppen met aardgas. Ook daar besluit de gemeenteraad uiteindelijk over. Maar zoals gezegd, is het nog lang niet zo ver.

Wat kunt u nu al doen?

De komende jaren willen we graag met u als inwoner of bedrijf stappen maken om wel al aardgas te gaan besparen. En om uw gebouw klaar te maken voor een aardgasvrije toekomst. U kunt nu al maatregelen nemen die straks helpen om makkelijker en voordeliger van het aardgas af te gaan. Zo kunt u nu al starten met het isoleren van uw woning. Hoe beter uw woning is geïsoleerd, hoe minder energie u verbruikt. De temperatuur van het water door uw radiatoren kunt u dan lager instellen. Voor kooktoestellen is inductie al een optie om aardgasverbruik te verkleinen. Dit kan bijvoorbeeld in combinatie met (zelf) groene stroom (opwekken). En als uw verwarmingsketel binnenkort vervangen moet worden, zijn er meerdere (energiebesparende) mogelijkheden om uit te kiezen. Woningen die al redelijk geïsoleerd zijn (zo ongeveer label C) kunnen gemiddeld 50% aardgas besparen met een hybride warmtepomp. Goed isoleerde woningen (circa label A) besparen daarmee tot wel 70%!

Voor meer informatie kunt u terecht bij Milieucentraal, u kunt een energieadvies en een offerte opvragen bij diverse leveranciers in de regio (bijvoorbeeld via jouwhuisslimmer.nl/bunnik), maar u kunt ook vragen om een oriënterend gesprek met de Energie Coöperatie Bunnik.

Meer informatie

Lees meer op:

Zonnepanelen kunnen niet alleen op daken staan, maar ook op de grond in een weiland. Dit zijn zogenoemde 'zonnevelden'. De gemeente heeft samen met inwoners, bedrijven, verenigingen en andere organisaties en belanghebbenden beleid ontwikkeld. Ga voor meer informatie over deze kaders naar www.zonneveldenbunnik.nl Daar staat ook de laatste stand van zaken vermeld van ingediende aanvragen voor zonnevelden. Er is een vergunning verleend voor een zonneveld van 15 hectare. Kijk voor meer informatie op www.vlowijkerzonneweide.nl

De ambitie van de gemeente Bunnik is om in 2040 klimaat- en energieneutraal te zijn. Ook de andere Kromme Rijngemeenten willen op enig moment energieneutraal zijn. Hiervoor is een flinke energiebesparing nodig en zonnepanelen op alle geschikte daken. Maar er zijn ook, met de technieken van nu, zonnevelden en windturbines voor nodig.

De Kromme Rijngemeenten Bunnik, Houten, Utrechtse Heuvelrug en Wijk bij Duurstede hebben onderzoek gedaan naar windenergie. Er is onderzocht waar het technisch en ruimtelijk mogelijk zou zijn om windmolens te plaatsen. De uitslag van dit onderzoek gebruiken we in de zoektocht naar gebieden voor windmolens binnen de Kromme Rijnstreek. In dit rapport Verkenning Windenergie Kromme Rijnstreek (pdf, 3 MB) worden geen plekken voor windenergie bepaald of beslissingen genomen!

Regionale Energie Strategie (RES)

De gemeente Bunnik en de andere Kromme Rijngemeenten zijn onderdeel van de regio U16. Gemeenten en waterschappen werken hierin samen aan een strategie (RES) om te bepalen waar zonnevelden en windmolens komen. De rijksoverheid wil van de U16 weten hoeveel energie wij samen gaan opwekken en waar en waarmee we dat gaan doen. Dat betekent dat we op een bepaald moment moeten aangeven welke plekken in onze gemeenten geschikt zijn voor windmolens en zonnevelden. Die plekken bepalen we samen. We gaan hierover met inwoners in gesprek. De Verkenning Windenergie Kromme Rijnstreek is een hulpmiddel voor dit gesprek.

Meer informatie

Heeft u vragen naar aanleiding van dit rapport? Of wilt u op de hoogte blijven van de gesprekken over wind- en zonne-energie? Stel uw vraag via duurzaam@bunnik.nl.

De gemeente Zeist verkent in het gebied tussen de A12 en het spoor in het zuiden van Zeist, de mogelijkheden voor zonnevelden en windenergie. Dat doen zij in overleg met bewoners en andere belanghebbenden. Deze verkenning moet leiden tot een ‘Gebiedsvisie A12/spoorzone’, die het college van Zeist in 2021 aan de gemeenteraad wil voorleggen. Het gebied grenst aan Odijk en Driebergen. Zeist werkt nauw samen met deze buurgemeenten.

Betrekken bij gebiedsvisie

Ook de inwoners uit de Gemeente Bunnik kunnen hun mening geven over de mogelijkheden voor opwek van zon- en of windenergie in het gebied tussen de A12 en het spoor Utrecht-Arnhem. Dat gebeurt in een gebiedsproces dat moet leiden tot een gebiedsvisie. In de gebiedsvisie staat of, hoe en onder welke voorwaarden grootschalige opwek van duurzame elektriciteit mogelijk is. De gemeente Zeist vraagt ook vertegenwoordigers uit de kernen Bunnik en Odijk om mee te denken over het onderzoek. In april maakt de gemeente Zeist bekend hoe het participatieproces er uit zal zien. Daarin vindt u momenten van inspraak en het werken in werkgroepen om te komen tot inpassing van zon- en windenergie.

Naar verwachting komt er in het najaar een besluit hierover van de gemeenteraad van Zeist.

De gemeente Bunnik waardeert het dat de gemeente Zeist de bewoners van Odijk en Bunnik meeneemt in het gebiedsproces. Want de windmolens van Zeist zullen, als ze er komen, van verre zichtbaar zijn.

Blijf op de hoogte

Wie op de hoogte wil blijven van deze ontwikkelingen in Zeist, kan zich aanmelden voor de mailnieuwsbrief ‘Nieuwe Energie’ via www.zeist.nl/nieuwsbrieven. Meer informatie www.zeist.nl/zonenwind.

Diep in de grond zit een gigantische warmtebron. Dat noemen we wel ‘aardwarmte’ of ‘geothermie’. Deze warmte kunnen we gebruiken om water te verwarmen, waarmee woningen verwarmd kunnen worden. In de provincie Utrecht vindt de komende jaren onderzoek plaats naar de vraag of aardwarmte een goed alternatief is voor aardgas en elektriciteit. En of het een rendabele en veilige, verantwoorde manier is om onze klimaatdoelstellingen te behalen. De Nederlandse glastuinbouw gebruikt aardwarmte al jaren voor het verwarmen van kassen.

Dit onderzoek vindt plaats onder de naam ‘SCAN’. Er is seismisch onderzoek uitgevoerd in de gemeente Bunnik. De resultaten zijn nog niet bekend. Op www.scanaardwarmte.nl kan je meer informatie vinden over het onderzoek.

Er wordt voor kantoorgebouwen en woonwijken al wel tientallen jaren gebruik gemaakt van water uit de grond op beperkte diepte, onder de naam ‘warmte- en koudeopslag’. In Bunnik, Odijk en Werkhoven is het niet overal mogelijk om gebruik te maken van warmte- en koudeopslag, vanwege de boringvrije-zone in een deel van het grondgebied van Bunnik.

Nieuwbouw in onze gemeente moet duurzaam zijn. De gemeente stelt daarom eisen aan alle nieuwbouwprojecten. Nieuwe wijken zijn minimaal energieneutraal. Er wordt net zoveel duurzame energie opgewekt, als de woning verbruikt. Daken moeten geschikt zijn voor zonnepanelen en deze worden bij voorkeur direct aangelegd. Woningen en gebouwen worden zoveel mogelijk volgens de circulaire principes gebouwd. De Milieu Prestatie Gebouw (MPG) is maximaal 1 en bij voorkeur lager. Er is oog voor de biodiversiteit in het plangebied.

Er wordt natuur inclusief gebouwd, met ruimte voor flora en fauna. Verharding wordt alleen toegepast waar nodig. In bouwplannen wordt geanticipeerd op het voorkomen van hitte-stress en wordt rekening gehouden met steeds hardere regenbuien. Nieuwbouw wordt meteen waterrobuust aangelegd. Er wordt rekening gehouden met bovengrondse afstroming van regenwater en er kan tenminste een bui van 40 mm neerslag geïnfiltreerd of geborgen worden op het terrein zonder dat er neerslag op de riolering wordt geloosd. Er worden bovendien voldoende laadpalen geplaatst voor elektrische auto’s.